Heb je een vraag?
Stel deze de diëtiste
 |
|
|
Home | Afvallen
| Hoe val ik af? | Waarom niet te weinig eten?
Afvallen: waarom niet te weinig eten?
Je weet het vast wel, als je wilt afvallen kun je maar
beter niet te weinig eten.
Aan de ene kant best fijn, want daarmee heb je een goede reden om vooral wel te eten. Maar aan de andere kant is het best verleiderlijk om alle extraatjes te laten staan vanwege het snelle gewichtsverlies.
Echter, op langer termijn maak je het jezelf niet gemakkelijk...
Toch neigen veel van mijn clienten naar
een eetpatroon met minimale hoeveelheden, ondanks het minimale gewichtsverlies als resultaat.
Waarom toch?
Weinig eten
heeft een aantal voordelen en deze zijn als volgt:
Allereerst zijn je maag en darmen minder gevuld
wat al gauw een halve kilo gewichtsverlies kan opleveren. Bovendien voel
je je met een lege buik een stuk lichter, waardoor je het idee krijgt
dat je goed bezig bent.
Verder verlies je je glycogeenvoorraden. Glycogeen is vergelijkbaar met
zetmeel of koolhydraten, en deze stof wordt opgeslagen in de lever en in het spierweefsel.
Als je weinig eet, raken deze voorraden op. Omdat glycogeen veel water
bevat, verlies je op deze manier aardig wat gewicht.
Daarnaast val je met een karig menuutje sneller af doordat je (relatief zware) spieren
worden afgebroken....
De weegschaal is met dit alles heel hoopgevend, maar helaas is dit niet
terecht. Immers, het gaat erom dat je vetweefsel verliest, aangezien juist dit weefsel dik maakt en in de weg zit...
Maar eet je te weinig en verlies je spierweefsel, dan gaat je stofwisseling omlaag. Hierdoor bereik je het tegenovergestelde van wat je wilt, want door deze processen wordt het verlies van vetweefsel alleen maar lastiger...
Waarschijnlijk is die verlaagde stofwisseling niet nieuw voor je, en
ook vrij logisch: als je weinig eet, gaat je lichaam zuinig om met energie.
Het verlies van spierweefsel is wellicht lastiger te verklaren. Immers,
de meeste mensen hebben genoeg vet om voorlopig op te teren.
Er is dus geen reden om de spieren af te breken, zou je zeggen.
Maar toch wel.
Dat komt doordat hersen-, zenuw en rode bloedcellen geen vetten kunnen
verbranden; ze gebruiken enkel glucose, en dat moeten ze hebben, anders
sterven ze af. Helaas is de glucoseopslag in je lichaam beperkt en je
lijf kan uit vetten geen glucose maken. Eet je te weinig glucose (of eigenlijk:
koolhydraten) dan hebben deze cellen dus een probleem. Gelukkig kan dit
verholpen worden met behulp van je spierweefsel: want uit spiereiwitten kan
wel glucose worden gevormd, en dat verklaart de spierafbraak bij een karig
menu.
Een verlies aan spierweefsel is jammer. Ten eerste maakt het je lichaam
minder stevig, en je verliest wat kracht. Maar het vervelendste is je
dalende stofwisseling.
Spieren verhogen juist de stofwisseling, omdat dit weefsel veel energie
gebruikt, ook al beweeg je niet. Ofwel, wie veel spierweefsel bezit, komt
minder snel aan, en valt sneller af. Spaar daarom dit weefsel door voldoende
te eten.
Hoeveel kun je het beste eten?
Je hersenen alleen al verbruiken 500 kcal per dag. Daarnaast hebben zenuwcellen
en rode bloedcellen glucose nodig. Zet daarom dagelijks wat koolhydraten
in de vorm van brood, pasta, rijst en of aardappels op het menu. (Bijvoorbeeld
4 boterhammen en 4 aardappels).
Eet verder voldoende eiwit. Want bij een voeding met uitsluitend koolhydraten
ga je eveneens spieren afbreken.
Voor spierbehoud zijn dus zowel koolhydraten en eiwitten nodig.
Eiwit kun je halen uit vis, vlees, kaas, melk, ei, noten en soja.
Daarnaast zijn gezonde vetten noodzakelijk. Vetten functioneren als brand-
én bouwstoffen en zijn daarom net als koolhydraten en eiwit onmisbaar
voor het goed functioneren van je lichaam. Vooral noten en vis dragen
bij aan een goede volwaardige voeding.
Dus, wil je op een verantwoorde manier afvallen met blijvend gewichtsverlies,
eet dan op zn minst een minimale hoeveelheid koolhydraten, vetten
en eiwitten. Uitgedrukt in calorieën, kom je ongeveer uit op een
dagvoeding van 1400 calorieën.
|
|