|
Onverzadigde
(vis)vetzuren
gaan we steeds meer waarderen.
Allerlei onderzoeken tonen aan dat
we er gezonder, slimmer en slanker
van worden, en wie wil dat nu
niet? Capsules met visvetten zijn
dan ook een ware hype en
het slikken van levertraan wordt
in ere hersteld. Op zich allemaal
prima, maar de vetzuren hebben wel
een gebruiksaanwijzing nodig om
hun positief effect te behouden.
Vers
De
moeilijkheid rond onverzadigde
vetzuren is dat ze vers
gegeten moeten worden, anders gaan hun
goede eigenschappen verloren. Sterker
nog, niet verse en slecht bewaarde
vetten kunnen een negatieve
invloed uitoefenen op onze
gezondheid.
Dat komt door de
dubbele bindingen in
hun koolstofketens. Hierdoor
kunnen onverzadigde vetzuren heel makkelijk reacties
aangaan met andere stoffen.
Daaruit kunnen vrije radicalen
ontstaan en die zijn
verantwoordelijk voor eventuele
schade. Vooral licht, lucht
en hogere temperaturen stimuleren
de vorming van
radicalen.
Lees meer over onverzadigde
vetzuren en vrije radicalen.
Waarom
zijn onverzadigde vetzuren
eigenlijk zo gezond?
Dat
is omdat deze vetten niet
alleen worden gebruikt als
brandstof maar ook als bouwstof:
ze vormen de
grens tussen al je
lichaamscellen (het
celmembraan); ze zijn de basis van
sommige hormonen en ze beschermen onze
zenuwcellen. Heb je tekort
aan deze vetten, dan
functioneert je lichaam
minder goed.
Welke
vetten zijn belangrijk?
Er
zijn verschillende
onverzadigde vetzuren, en
daarvan zijn er twee
essentieel, namelijk linolzuur en alfa-linoleenzuur.
In
welke voedingsmiddelen?
Linolzuur
komt veel voor in
zonnebloempitten,
sesamzaden, noten en
in oliën als
zonnebloemolie en maïsolie.
Alfa-linoleenzuur zit met
name in lijnzaden en
lijnzaadolie.
Alfa-linoleenzuur wordt in
je lichaam omgezet in
vetten die we DHA en EPA
noemen. Deze vetten vind
je als zodanig in vette
vis.
Hoeveel
heb je nodig?
Bij
linolzuur en
alfalinoleenzuur zijn
precieze hoeveelheden niet
zozeer belangrijk; het
gaat om de juiste
verhouding. Het is
belangrijk dat je beide
vetten in ongeveer
gelijke hoeveelheden binnenkrijgt.
(Daarbij mag de hoeveelheid linolzuur
iets overheersen). Heb je een
eetpatroon waarin de vetten in
balans zijn, dan voel jij je
prettiger, fitter en blijer.
Eet daarom (verse!)
voedingsmiddelen die linolzuur én
alfalinoleenzuur bevatten.
Dit betekent dat je het best kunt
variëren met
voedingsmiddelen als
noten, zonnebloempitten,
sesamzaden,
pijnboompitten, lijnzaden
en vette vis.
Extra
tips:
-
Aangezien
onverzadigde vetzuren bij
lucht, licht en hogere
temperaturen (meer) vrije
radicalen vormen, kun je het
beste
verse noten en zaden eten.
Hun vezels, doppen en schillen
geven een goede bescherming.
-
Om
diezelde reden kun je noten,
zaden en oliën het best koel,
donker en gesloten bewaren.
-
Koop
oliën zo mogelijk in donkere
flessen, want deze zijn beter
beschermd tegen daglicht.
-
Margarine
en sauzen als mayonaise
bevatten veel linolzuur, omdat
ze gemaakt zijn op basis van
het linolzuurrijke zonnebloemolie. Helaas zijn
deze vetten niet de verste.
Gebruik daarom deze producten
met mate als je graag gezond
wilt leven.
-
Eet
liever geen zaden, noten en
oliën die verhit of
geroosterd zijn. Lees daarom
het etiket van de verpakking
om te weten of je de juiste
voedingsmiddelen in handen
hebt.
-
Om
de benodigde vetten DHA en DPA
uit alfa-linoleenzuur te
kunnen maken, heeft je lichaam
gezond voedsel nodig.
Eet daarom ook voldoende
groenten en fruit en andere
gezonde
voedingsmiddelen.
-
Helaas
zijn oliën niet geschikt om
in te bakken; roomboter of
kokosvet zijn door hun
verzadigde vetten betere
alternatieven.
Olijfolie
Misschien bak je altijd in de olijfolie
en wil je dit graag zo houden.
Doordat olijfolie slechts één
dubbele binding heeft, is deze
olie relatief minder
kwetsbaar, en daarom enigszins
geschikt om in te bakken. Maar
wees spaarzaam met de olie,
verwarm deze met mate en geleidelijk en
bedek je pan met een deksel om de
olie en je
vlees, vis of gerecht te
beschermen tegen licht.
Afslanken?
Noten,
zaden en koudgeperste oliën bevatten
behoorlijk wat calorieën en toch
zijn ze niet dikmakend, mits ze
vers gegeten worden. Dat komt
doordat hun vetten als bouwstof
dienen, waardoor ze niet in de
vetcellen worden
opgeslagen. Bovendien
verhogen goede vetten de stofwisseling,
waardoor je de calorieën snel weer
kwijt bent.
|