|
Vetweefsel
Het
vetweefsel bestaat uit vetcellen.
Deze bevinden zich vlak onder de
huid en rondom de inwendige
organen (in de buik); de vetcellen
vormen zich met energie(kcal)
uit vetten, koolhydraten en of
eiwitten en met behulp van insuline.
Het vetweefsel dient als energiereserve
in perioden van voedselschaarste.
Verder heeft het nog wat andere
functies zoals het op peil houden
van de lichaamstemperatuur.
Meer
en minder vet
Het lichaam kan meer of minder vet
bevatten. Normaal gesproken
bestaat het lichaam van een man
voor 10-20% uit vet. Een vrouw
heeft relatief meer vet, namelijk 20-30%.
Dit extra vet is nodig als
energiereserve in tijden van
zwangerschap en borstvoeding.
De hoeveelheid vet
bepaalt of iemand te zwaar
is. Als de percentages hoger zijn
dan de normale waarden, dan is er
sprake van overgewicht of
obesitas.
Meer
vetweefsel, waarom eigenlijk?
Je
wordt te zwaar als je meer eet
dan je lichaam nodig heeft.
Dit is afhankelijk van de stofwisseling
en eetlust,
maar ook je lichaamsbouw kan
invloed hebben.
Voorbeelden van het ontstaan van
overgewicht zijn:
- Sommige
mensen hebben een minder
goede vetverbranding.
Dit betekent dat het lichaam
geen of minder in staat is om
energie uit vet te halen. Vet
blijft dus vet, en vet wat
niet verdwijnt wordt gedumpt
in het vetweefsel...
Is het vet eenmaal opgeslagen,
dan komt het nauwelijks
vrij. Want nogmaals, het
lichaam kan er niets mee. Dit
onvermogen maakt minder
eten en sporten (en dus
afvallen) extra moeilijk.
Immers, in deze situaties
gebruik je vetten om op te
teren.
Men weet niet precies waardoor
deze verminderde
vetverbranding ontstaat. De
aanwezigheid van sommige genen
wijzen er op, maar ook een
levenstijl met weinig beweging
en overmatig eten kan leiden
tot dit verschijnsel. Want, zo
redeneert men, wanneer het
lichaam altijd beschikt over
voldoende energie, dan heeft
het lichaam geen gelegenheid
om het verbranden van vetten
aan te leren, of het lichaam
"vergeet" deze
mogelijkheid.
- Verder
is het aantal vetcellen
van belang. Sommige
gezette mensen hebben van
nature veel vetweefsel (en dus
veel vetcellen). Deze mensen
zullen daarom ruimschoots
moeten eten om al hun
vetcellen van energie (kcal)
te voorzien. Bij een normale
of geringe hoeveelheid voedsel
raken de cellen leeg. Elk
hapje wordt dan door de
"hongerige" cellen
opgeslokt, die het natuurlijk
weer omzetten in vet. Op deze
manier krijgt de rest van het
lichaam te weinig energie,
zodat er hongerverschijnselen
ontstaan. Minder eten wordt
daardoor bemoeilijkt en het is
voor deze mensen wellicht
minder gezond om af te vallen.
Meet
of jij meer vetweefsel hebt dan
gemiddeld
Met
een aantal gegevens kun je een
grove schatting maken van jouw
hoeveelheid lichaamsvet.
Vetverdeling:
appel of peer
Het vetweefsel kan zich op
verschillende plaatsen in het
lichaam concentreren.
Sommige mensen hebben vooral veel
vet op de buik. Er is dan sprake
van buikvet en dat leidt
tot het ontstaan van een appeltype.
Andere mensen hebben juist meer
vet op de bovenbenen (dijen) en op
de heupen. Deze mensen kenmerken
het peertype.
Grofweg behoren mannen behoren tot het
appeltype en vrouwen tot het
peertype. Buikvet verdwijnt bij
een lijnpoging sneller dan vet op
heupen en dijen. Daarentegen
brengt buikvet een hoger
gezondheidsrisico met zich mee,
maar dat hoeft niet altijd zo te
zijn. (zie:
buikvet
-
extra).
Meet
of je een appel bent:
Meet
de omtrek van je middel of taille.
Dat is tussen de onderste rib en
de bovenkant van het heupbeen. Ga
vervolgens na of
je buik te veel vetweefsel bevat
(en of je dus behoort tot het
appeltype):
|
Man:
|
|
|
middelomtrek
is kleiner dan 94 cm:
|
normaal
gewicht
|
|
middelomtrek
is groter dan 94 cm:
|
te
zwaar (= overgewicht)
|
|
middelomtrek
is groter dan 102 cm:
|
te
zwaar (= obesitas)
|
|
Vrouw:
|
|
|
middelomtrek
is kleiner dan 80 cm:
|
normaal
gewicht
|
|
middelomtrek
is groter dan 80 cm:
|
te
zwaar (= overgewicht)
|
|
middelomtrek
is groter dan 88 cm:
|
te
zwaar (= obesitas)
|
Wanneer de omtrek van je taille
(of middel) wijst op overgewicht
of obesitas,
dan doe je er goed aan om af te
vallen.
|